Van slag

Als je baan vervalt en je op zoek moet naar iets anders (binnen of buiten de organisatie), dan is dat een hele schok. Het verwerkingsproces dat je doorloopt, is eigenlijk een rouwproces. Iedereen gaat daar anders mee om, maar vaak doorloop je een aantal voorspelbare fasen. Misschien vind je het fijn om te weten dat het normaal is wat je voelt en dat je niet de enige bent. Ook kun je beter beredeneren wat je kan helpen.

In het doorlopend sociaal plan van GGZ Oost Brabant is vastlegd dat er geen gedwongen ontslagen vallen. Als je baan vervalt, ga je dus werken aan herplaatsing. Liefst binnen de organisatie, maar omdat de mogelijkheden beperkt zijn, kan dat ook buiten de organisatie zijn. Hoe dan ook, je gevoel van verlies blijft hetzelfde. De verschillende fasen die mensen in een (rouw)proces meestal doorlopen, zijn de volgende:

1. Verlies van het overzicht 
2. Beperken van de gevolgen 
3. Het diepe gat 
4. Loslaten van het verleden 
5. Testen van de grenzen 
6. Zoeken van een betekenis 
7. Integratie

Niet iedereen maakt hetzelfde door. De intensiteit en de duur van het rouwproces verschillen per situatie en per persoon. Opvallend is wel dat mensen die weten dat ze twee jaar hebben voor een verandering van baan, er ook twee jaar voor nemen. Mensen die er maar vier maanden voor krijgen, doen het in vier maanden.

Fase 1: Verlies van overzicht

Zodra duidelijk is dat er iets gaat veranderen, voel je je verdoofd. Het is moeilijk om helder te denken en de dingen in hun juiste proporties te zien. Je kunt heel anders reageren dan je normaal zou doen.

Wat helpt
Hoewel sommige mensen de neiging hebben meer te gaan roken of drinken, of ophouden met sporten, is het juist goed om vast te houden aan een gezonde levensstijl. Ook helpt het om, waar mogelijk, het bekende vast te houden. Er is dan nog iets vertrouwds. Collega's en vrienden moeten in deze fase niets anders doen dan luisteren naar alle gedachten en gevoelens. Dus niet: "Maar dan kun je toch gewoon…". Deze fase duurt meestal niet lang, ook al zou je niets doen. Het helpt wel om lijstjes te maken van wat je wilt doen op een dag en deze gewoon af te werken. Want het is een verwarrende fase en je zult gemakkelijk dingen vergeten. Deze fase leert je dat je het leven gewoon doorgaat, ook in een periode van onzekerheid. Het helpt om tegen jezelf te zeggen: “Dit gaat over en ik weet dat ik eruit kom”.

Fase 2: Beperken van de gevolgen

Dit is de ‘alles onder controle’-fase. Misschien ga je de gevolgen wat bagatelliseren, in ieder geval voor de buitenwereld. ‘Ach, het leven gaat door; iedereen heeft wel eens wat, het had allemaal veel erger kunnen zijn, we redden het wel...’ Het is een periode van ontkenning, dat gaat soms zover dat iemand ontkent dat er iets aan de hand is. Er gaat een hoop energie zitten in doen alsof. Het kan het zijn dat je wat meer rookt, drinkt, eet, slechter slaapt. Toch kan deze fase ook functioneel zijn, als je er niet te lang in blijft hangen: het geeft je de energie die je nodig hebt om de nieuwe situatie aan te gaan.

Wat helpt
Het is moeilijk om in deze fase hulp van anderen te accepteren, want alles is toch in orde? Sommige mensen hebben het gewoon nodig om het even zonder anderen te doen. Ook nu helpt het om planmatig van dag tot dag te leven: wat ga ik vandaag en morgen doen? Je kunt pas verder als je erkent wat er aan de hand is. Wat daarbij kan helpen is snel en associatief opschrijven wat er bij je opkomt, zodat je ruimte maakt voor je gevoel.

Fase 3: Het diepe gat

Op een gegeven moment werkt ontkenning niet meer. De werkelijkheid dringt zich aan je op. Je kunt boos worden over wat je is aangedaan: ‘Ik werk hier al 8 jaar en nu dit! Ik heb mijn beste jaren aan de organisatie gegeven, altijd klaar gestaan en nu word ik zo behandeld!’ Je gaat jezelf afvragen waarom jou dit moest overkomen. Je gaat twijfelen aan jezelf. Had ik het anders moeten doen, anders moeten reageren? Je kunt je ook depressief voelen. Je hebt het gevoel dat je geen controle meer hebt over de situatie of over je eigen gevoelens. Je gelooft niet dat alles weer normaal kan worden. Plotselinge woede-uitbarstingen, vaak heel onterecht, horen hierbij. Ook intens verdriet is heel gewoon, net als fysieke klachten: hoofdpijn, maagkrampen, spierpijn, of een stijve nek.

Wat helpt
In de Westerse cultuur hebben we niet geleerd om verdriet te hebben. ‘Je goed houden’ is hier een deugd, ondanks dat we op rationeel niveau weten dat ‘opkroppen’ slecht is voor de gezondheid. Het helpt absoluut niet om te zeggen: ‘Het moet nou toch maar eens over zijn...!’. Als je jezelf niet toestaat op een veilige plaats je emoties los te laten, overvallen ze je op minder gelegen momenten. Het is van belang om ‘grond te blijven voelen’, liefst letterlijk, door dagelijks fysieke activiteiten te plannen, zoals in de tuin werken of wandelen door het bos. Tegenwoordig wordt aan mensen in een depressieve periode zelfs voorgeschreven om dagelijks te sporten. Om door te gaan kun je jezelf kleine opdrachten geven. Ook helpt het om je voor te stellen hoe je er bijvoorbeeld over twee jaar voor wilt staan. Fase 4: Loslaten van het verleden Als de fase van depressie heel zwaar wordt, voelen de meeste mensen de drang om er weer uit te komen. Langzamerhand komt er ruimte om weer naar de toekomst te kijken. Misschien ervaar je soms een kort moment van nieuwe mogelijkheden en kansen. ‘Als alles dan toch op zijn kop gaat, dan moet ik het nu ook maar goed aanpakken. Er zit toch niks anders op.’ Soms kan er ook heel even een gevoel van vergeving zijn: ‘Mijn werkgever had ook geen keuze, we wisten allemaal dat er iets moest gebeuren.’ Dit voelt vaak als een doorbraak en geeft even rust. Toch blijft je stemming regelmatig heen en weer slingeren.

Fase 4: Het verleden loslaten

Voor veel mensen is dit een belangrijke doorbraak. Het verleden –zelfs al was dat niet prettig meer– is in ieder geval bekend. De toekomst betekent een groot onbekend gat. Soms wordt radicaal met het verleden gebroken. Dat helpt misschien tijdelijk, maar het breekt op. Het kost namelijk veel energie om daarmee óók de prettige kanten van het verleden weg te (blijven) drukken.

Wat helpt
Als je krampachtig vasthoudt aan het verleden, is er geen energie meer om te leren hoe je met de nieuwe omstandigheden om moet gaan. Experimenteer daar dus mee, met hulp van vrienden en collega's. Ook helpt het om te luisteren naar anderen met vergelijkbare ervaringen. Het kan nodig zijn om oude opvattingen, waarden en normen kritisch onder de loep te nemen: gelden ze nog? Weggooirituelen kunnen helpen: gooi papieren of kleren weg, ga naar de kapper, zoek een nieuwe hobby.

Fase 5: Testen van de grenzen

Als je breekt met het verleden, geeft dat nieuwe energie. Je stapt met hernieuwd zelfvertrouwen de toekomst in en zoekt naar mogelijkheden om jezelf te testen in deze nieuwe situatie. Soms overdrijf je, ga je over ‘the top’.Je zoekt naar bevestiging, omdat je zelf nog twijfelt over waar je goed aan doet. Dat geeft niet, je komt in ieder geval weer in beweging. Door te experimenteren, krijg je langzaam weer het gevoel dat je de regie krijgt over je leven. Je kunt de situatie niet veranderen, maar wel bepalen hoe je ermee omgaat. Hiermee neemt ook je zelfvertrouwen toe.

Wat helpt 
Zoek steun van mensen die in dezelfde situatie zitten. Soms identificeer je jezelf helemaal met je nieuwe situatie, zelfs wat overdreven. Het helpt als je in deze periode zicht krijgt op je eigen succesfactoren: welke kwaliteiten maken dat je in verschillende situaties succesvol kunt zijn?

Fase 6: Zoeken naar de betekenis

Je kijkt terug op wat je hebt meegemaakt en je probeert uit te zoeken wat de betekenis was: waarom was dit nodig, wat heeft het voor me betekend, wat heb ik nu geleerd? Je bent niet meer zo actief als in fase 5. Je neemt gas terug, brengt wat meer tijd alleen door en denkt na over deze vragen. Veel mensen willen in deze fase graag anderen helpen, die nog midden in het verdriet zitten.

Wat helpt
Gas terugnemen, af en toe te peinzen of mediteren, naar rustige muziek te luisteren… Dit kan helpen de betekenis van je ervaring te zien. Dit kan in onze Westerse cultuur wat moeilijk zijn, omdat wij activiteit juist zien als een teken dat het je goed gaat. Als je daar zelf ook last van hebt, kun je misschien beter een eindje gaan fietsen in plaats van gewoon maar wat zitten. Het helpt ook om weer iets van het oude leven op te pakken. Zoek bijvoorbeeld oude collega’s op en probeer uit te leggen wat er met je is gebeurd.

Fase 7: Integratie

Nadat je hebt ontdekt wat je ontslag voor je heeft betekend, kun je je nieuwe leven gaan integreren in je dagelijks leven. Sommigen beleven de verandering achteraf als een zegen, omdat er nieuwe mogelijkheden en perspectieven zijn ontstaan. Maar dat is niet altijd zo, er kan ook een wond zijn geslagen die een litteken achterlaat.

Wat helpt
Maak jezelf geen illusies: het is niet zo dat je nu nooit meer verdriet zult hebben en dat er nooit meer iets hoeft te veranderen. Soms is het goed om je ervaringen op te schrijven, of om op een rijtje te zetten wat je geleerd hebt. Je hoeft niet onrustig op zoek te gaan naar een nieuwe uitdaging, die komt vanzelf.